De pastel portretten van Berend Kunst en Theodorus Bohres

 

De Stichting Waslander Danhuis heeft een aantal pasteltekeningen (crayons) van de Groninger portrettist Berend Wierts Kunst en  van Theodorus Bohres in haar collectie. 

Berend Kunst werd als molenaarszoon op 21 mei 1794 in Nieuwolda geboren, huwde in 1816 met Auko Roda en begon als bakker in Nieuwolda.

 

Begin jaren twintig vestigde hij zich als reizend portretschilder in de stad Groningen. Tijdens zijn lange leven – hij overleed in 1881 in Hoogezand- maakte hij reizen door ons land, door Duitsland en deed ook Denemarken en Zweden aan.

Vaak was hij maanden lang van huis en keerde hij in de wintertijd, wanneer het reizen ongemakkelijk was, naar zijn gezin in Groningen. Volgens onderzoekers maakte hij zo’n 6000 portretten.

Voor een reizend portretschilder als hij was, had pastelkrijt voordelen ten opzichte van olieverfschilderijen die veel langer moesten drogen. Hij werkte altijd volgens een vast stramien. Op een raamwerk van latjes (ca 60 x 40 cm) werd blauw papier gelijmd en overtrokken met een vel wit papier. Dat was de basis voor het portret.

Het raamwerk met afbeelding werd vervolgens in een passende lijst gezet. De Stichting Waslander Danhuis doet allerlei onderzoek naar de werkwijze van de portrettist en de gebruikte materialen. Berend Wierts Kunst signeerde en dateerde gewoonlijk zijn portretten, in tegenstelling tot Theodorus Bohres die zijn portretten nooit signeerde. 

Berend Wierts Kunst begon rond 1823  met zijn werk. In de jaren daarvoor kennen we Theodorus Bohres als crayonportrettist.

Hij werd in 1785 in Duitsland geboren maar was vanaf 1815 aan het werk in Groningen. Daar prijst hij in 1820 hij zijn portretten aan voor 8 gulden per stuk.

In de database van de Rijksdienst voor Kunsthistorische Documentatie is een groot aantal van zijn portretten te zien. 

Borhres overleed in 1833 en portretteerde diverse landbouwers en hun dames in onze provincie.  

 

 

  

 

                     De volgende portretten worden hieronder beschreven:

 

Eppien Poppes ten Have, 1792-1839    ca 1816 ,  Bohres

Onbekende jongeman,  ca 1820

Hendrik Jacob Stellingwerff,    Berend W. Kunst  1839

Gerhardus Engels en Sara Adriani,   Berend W. Kunst  1857

Pieter Reint Hermans,       Berend W. Kunst 1860

Auwina Titia Uniken,      Berend W. Kunst (?)  ca 1866

Otto Meines Kruizinga en Marchien Wijbes de Boer,   Berend W. Kunst 1840

Onbekend meisje, ca 1815 ,  Bohres

Pieter Reints Buurma en Aaltje Land ,     Berend W. Kunst 1857

Tiddo Waldrik Siertsema en Johanna Hermanna Hillegonda Wijchel, ca 1815, Bohres

Jacob Hendriks Kuper en Engeltje Jochems Georgius,    Berend W. Kunst 1862, Bohres

 

In voorbereiding:

 

Aaffien Huisman-Alberts,  ca 1817 -1818   Bohres

Cornelis Derks Nanninga en Anje Geuciens Hopma ,  Berend Kunst  1859

Arnoldus Nanninga,    Berend W. Kunst 1859

 

 

 

 

 


Eppien Poppes ten Have  1792-1839 

 

 

Eppien Poppes ten Have werd geboren in 1792 en gedoopt op 20 september te Blijham.

Ze was een dochter van Poppo Helenius ten Have en Grietje Gerhardus Nieborg, landbouwers te Blijham. 

Eppien wordt hier weergegeven als jonge vrouw in de dracht van die tijd. 

Het portret is niet is gesigneerd en gedateerd, maar moet zijn vervaardigd zo tussen 1810 en 1820. Daarop wijst ook de kleding  die ze draagt, namelijk een donkere empire japon met korte mouwen, lichte fichu met geplooide kraag en lichte kanten muts,

Kwalitatief is het een goed portret en de afmeting bedraagt 49 x 39 cm. 

Wie het heeft gemaakt is niet helemaal duidelijk.

Voor een werk van Berend Kunst lijkt het te vroeg te zijn. De Groninger portrettist Theodorus Bohres die van Duitse afkomst was, lijkt een grotere kans te maken. Als geboortejaar van Bohres wordt het jaar 1785 genoemd. In 1833 overleed hij in de stad.

Even als Berend Kunst was hij een reizend portretschilder, die soms via een advertentie aankondigde dat hij ergens zitting hield. In 1820 adverteerde hij in Groningen met een portret voor 8 gulden.

Alles wijst erop, dat hij zich in 1815 als portrettekenaar in Groningenstad vestigde en 

daar ook zijn grootste productie had. 

 



Er is een vergelijkbaar portret bekend, namelijk dat van Anje Jacobs de Groot  (1792-1818,  links) , getrouwd met Eppo Ellerius Alberts.

Het portret heeft een afmeting van 47.5 x 37.5 cm, is niet gesigneerd en gedateerd en het is  volgens de beschrijving bij Wazamar de vraag of het door Kunst werd getekend.

Pas in 1821 zou Kunst zijn begonnen met tekenen en zijn werkboekje met opdrachten begint zelfs in 1823. In de Groninger encyclopedie van Ter Laan, wordt het portret van Anje de Groot afgebeeld met daarbij als jaartal, plm. 1810. Dat zou best kunnen, omdat  Anje overleed in 1818. 

 

Huwelijksportretten?

 

Zowel het portret van Anje als dat van Eppien, zijn wellicht  huwelijksportretten .

In de schilderkunst kennen we de zogenaamde pendanten, twee bij elkaar behorende portretten, waarop de man en vrouw worden afgebeeld. De portretten vormen één geheel en zijn gemaakt om altijd samen te worden getoond.

Lange tijd was het de traditie dat vooral bij huwelijksportretten de man links was geplaatst en de vrouw rechts, zoals ook bij beide dames hierboven het geval is. 

Anje trouwde in 1813 en Eppien in 1816.

Maar het is niet zo, dat dit alleen bij huwelijksportretten voorkomt, zo zien we o.a. aan aan het oeuvre  van Berend Kunst.

 

Eppien haar familie

 

Zoals gezegd werd Eppien in 1792 geboren onder Blijham en haar ouders waren welgestelde landbouwers. Eppien had nog één zuster, Frouwke.

Op 19 juli 1816 trouwde ze in Bellingwolde met Reinder Elses (Elzes) Heemof die een boerderij bezat in Bellingwolde. Hij was een zoon van Else (Elzo) Reinders Heemof en Rixte Menses Starke en weduwnaar van Remke Adolfs ter Cock, waarmee hij in 1802 in het huwelijk was getreden. 

Maar nog voor er kinderen waren, overleed Reinder E. Heemof op 7 februari 1821.

Eppien huwde op 11 juni 1821 voor de tweede maal, nu met Harm Jans Winter, een landbouwer onder Wedde.

Ze kregen twee kinderen, Jannes geboren in 1825 en Grietje in 1828, die kort daarna overleed.

 

Jannes trouwde op 18 mei 1852 met Truida Busscher. De kinderen die de volwassen leeftijd bereikten waren:

 

1853 Harm, bleef ongehuwd

1855 Albertje, huwde met Harm Oterdoom

1857 Eppien, huwde met Waalko Zijlker

1860 Ellerus Aalderik, huwde met Siebrig Huisman 

1862 Grietje, huwde met Durandus Nieuwold

1865 Jannes Aalderikus bleef ongehuwd.

 

 

De lotgevallen van het portret

 

Het portret van Eppien ten Have werd in november 2018 aangeboden bij veilinghuis Derksen in Arnhem. 

De summiere beschrijving laat weten dat het gaat om een portret van Eppien ten Have (1792-1839), een crayon van 49x 39 cm. Het portret heeft geen zichtbaar signatuur en de maker is dus 'anoniem'.

 

Voor een werk van  Berend Kunst is het portret te vroeg, omdat Kunst pas rond 1820 met zijn crayonportretten begon.

Eppien en ook de eerder genoemde Anje de Groot, dateren tussen 1810 en 1820. Deze dracht is duidelijk iets ouder en ook verdere studie, bevestigt  het vermoeden dat het gaat om een portret van Theodorus Bohres.

Van Anje de Groot weten we, dat ze al in 1818 overleed en het portret dus daarvoor moet zijn gemaakt.

Anje en haar man Eppo trouwden in 1813 en het kunnen dus heel goed trouwportretten zijn geweest.

Eppien ten Have en haar eerste man Reinder Heemof trouwden drie jaar later,  in 1816 en wellicht zijn ter gelegenheid daarvan de portretten  gemaakt, want ook van haar echtgenoot Reinder Heemof bestaat een portret.

We weten dat, omdat beide portretten in 1959 naast elkaar hingen in de grote tentoonstelling, ´Reünie van het Voorgeslacht´ in het Groninger Museum.

De catalogus geeft de nummers, de namen en de toenmalige eigenaren en daaraan is te zien dat beide portretten niet meer in dezelfde familie zaten. Het portret van Reinder was eigendom van de heer K.H.M. Boer in Zuidhorn.

Te zien is ook, dat de catalogus zich niet waagde aan een naam van de portrettist. 

 

                                     Nr. 56 Reinder Heemof 1778-1821

                                            Pastel door een onbekende.

                                   Eigenaar, de heer K.H.M. Boer, Zuidhorn.

 

                                 Nr. 57 Eppien Poppes ten Have 1792-1839

                                             Pastel door een onbekende.

                                        Eigenaar, de heer A.F. Zijlker, Velp.

 

 

En verder was in de tentoonstelling een groepsportret te zien van de kleinkinderen van Eppien en haar tweede echtgenoot Harm Winter.

 

                                               Nr. 58  Eppien Winter  1857-1934

                                                    Ellerus Aaldrik  1860-1834

                                                          Grietje  1862-1943

                                                   Jannes Aaldrikus 1865-1944

                         Pastel B. Kunst, eigenaar de heer R. Georgius Nieuwolda Oost

 

Achterop het portret van Eppien is nog de sticker te zien die in 1959 door het Groninger Museum werd aangebracht.

 

Het portret werd in het verleden van een nieuwe lijst voorzien en dat gebeurde vrijwel zeker ten tijde van de tentoonstelling. Misschien was de oorspronkelijke lijst beschadigd of niet meer stevig genoeg. Gelukkig werd het oorspronkelijke glas in de nieuwe lijst herplaatst.

 

 

Hoe kwam het portret in Arnhem terecht?

 

De route die het portret tijdens zijn bestaan heeft afgelegd is vrij aardig in beeld te krijgen als we de nazaten van Eppien nader bekijken.

Zelf kreeg ze één zoon, Jannes Winter, die trouwde met Truida Busscher.

Zij kregen zeven kinderen waarvan er één overleed, twee ongehuwd bleven en vier trouwden. Vanuit de familie van Jannes en Truida ging het portret naar hun dochter Eppien Winter.

Die trouwde in 1881 te Wedde  met Waalko Zijlker, zoon van Ailko Freerks Zijlker, en Hinderika Johanna Waalkens.

Eppien overleed in Scheemda in 1945, 87 jaar oud en Waalko te Wedde in 1922.

 

 

Eppien en Waalko kregen drie kinderen:

 

Truida Jantina,    1882,  gehuwd met Arend Jan Schoolderman

Aeilko Freerk,      1885, secr. ontv. Waterschap, huwde met Jantje Sluis van Slochteren

 Jannes Herman, 1887, ongehuwd overleden 

 

Het portret van Eppien ten Have is dus via Eppien Winter en Waalko Zijlker terecht gekomen bij hun zoon Aeilko Freerk Zijlker en zijn vrouw Jantje Sluis. Zijlkers naam staat in 1959 als bruikleengever op de sticker geschreven.

Het echtpaar woonde toen in Velp. Op 14 oktober 1960 overleed Jantje Sluis in Apeldoorn.

Van Aeilko Freerk Zijlker weten we, dat hij in Apeldoorn overleed op 27 april 1965.

Op internet vond ik tenslotte een genealogische site over Zijlker-Sluis, waarbij de opmerking wordt gemaakt, dat er geen kinderen waren.

Dat zou de reden kunnen zijn, dat het portret ´op drift´ is geraakt.

De vraag is tenslotte, wie eigenaar is geweest tussen 1965 en 2018, maar dat weet alleen de veilingmeester...

 

Op de algemene begraafplaats van Blijham is Eppien begraven.

Haar grafplaal staat er nog, maar is zeer slecht leesbaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Alles wijst erop dat het portret voor de tentoonstelling in 1959 in een nieuwe lijst is gezet.  De huidige lijst en het achterblad dateren uit die tijd.

Na verwijdering van het achterblad kunnen we de binnenkant bekijken en zien, dat het portret op vrij donkerblauw papier is getekend, net zoals we dat kennen bij de portretten van Berend Kunst.

Is het aan de voorzijde niet gedateerd en gesigneerd, ook aan de binnenzijde is geen enkele notitie aangebracht. 

 

Het siert de lijstenmaker uit 1959, dat hij met geen vinger aan het portret heeft gezeten. Zelfs de achterzijde was niet 

ontdaan van stof en vuil, iets wat nu wel is gedaan. Mooi is te zien, dat de kunstenaar het papier strak op een houten raamwerk heeft gelijmd. Opvallend is, dat de lijst erg dun is, minder dan een centimeter en dat, in tegenstelling tot de portretten van Berend Kunst die wij hebben gezien en waarbij het raam met houten pennen is samengevoegd, hier gebruik is gemaakt van spijkers.

 

Nadat het portret gereed was is het voorzien van een dunne plaat glas dat behalve zeer golvend,  ook nog eens behoorlijk krom is. 

Het glas werd meteen op het portret gelegd en rondom met een strookje blauw papier  aan het raamwerk geplakt. Ook dat heeft de lijstenmaker in 1959 onberoerd gelaten.

Nu geven we er de voorkeur aan, om in de lijst, tussen portret en glas een smal strookje karton te aan te brengen, waardoor er geen contact ontstaat tussen het kwetsbare krijtlaag en het glas.

Soms is duidelijk te zien, dat het glas zit vastgeplakt aan het portret en bij het afnemen van het glas kan dan een deel van de krijtoppervlakte aan het glas blijven kleven, zodat er schade ontstaat.

 

Bij de restauratie van dit portret is toch gekozen om het glas voorzichtig te verwijderen.

De strook papier was erg bros geworden en schilfers daarvan waren reeds tussen glas en portret gerecht gekomen.  Bovendien was het glas aan de binnenzijde in de afgelopen twee eeuwen ontzettend vervuild geraakt.

Na het schoonmaken is alles vooralsnog weer terug geplaatst in de lijst uit 1959.

 

Opvallend aan de binnenzijde, is te zien hoe de kunstenaar met een stukje blauw papier een versterking heeft aangebracht.

Kennelijk werd het vel papier nat op het raam aangebracht om het mooi strak te laten trekken bij het drogen.

Misschien is dat de oorzaak van een scheurtje geweest, zoals ook elders in de hoeken te zien is.

 


Crayon portret van  onbekende jongeman, rond 1820

 

 

In januari 2019 werd via Marktplaats een jongensportret aangekocht dat afgaande op de kledij omstreeks 1810-1820  werd vervaardigd.

Wie het portret heeft gemaakt, weten we niet omdat naast het ontbreken van het jaartal, er ook geen signatuur aanwezig is. Maar het portret past geheel in de trant van de portretten die we uit die tijd kennen. Crayon portretten met een vaardige hand gemaakt op een met papier bespannen raamwerk. 

In de rechterhand heeft de jongen een fier zittend vogeltje, vrijwel zeker een zangvogel  (foto rechts).

Precies zo'n vogeltje kennen we ook van een ander jongensportret, namelijk dat van Ubbo Evers ter Haseborg uit Scheemda. Ook dat portret is gemaakt rond 1820 in is eveneens niet gesigneerd.  Het portret wordt toegeschreven aan Berend kunst, maar dat is lang niet zeker. Wel doet de overeenkomst van beide vogels sterk vermoeden dat het gaat om één en dezelfde portrettist. 

In ons geval is het erg frustrerend, dat de verkoper geen enkele informatie wenste te geven over de achtergrond van het portret, dat samen met een portret van een iets jonger meisje in een identieke lijst te koop werd aangeboden, maar helaas aan onze neus voorbij is gegaan. Het enige wat we weten is, dat het portret een link heeft met Noord-Drenthe, maar dat zegt weinig.

Het lijkt me aannemelijker het portret toe te schrijven aan Theodores Bohres, dan aan Berend Wierts Kunst, die pas na 1821 met zijn werkzaamheden begon, en waarvan we nagenoeg geen empire portretten kennen (portretten van voor 1821).

    



De staat van het portret

 

Aan alles is te zien dat het portret lange tijd zeer slacht is behandeld. Niet alleen vertoont de oorspronkelijke lijst met opgelegde sierranden van gips en van een goudkleur voorzien, grote schade, ook is er met name op het gezichtje flinke waterschade zichtbaar.

 

 

 wordt vervolgd  

 

Zilversmid Hendrik Jacob Stellingwerff.

 

 

 

Sedert vele jaren is de Stichting Hermans Dijkstra te Midwolda in bezit van een crayontekening van de bekende Groninger portrettekenaar Berend Wierts Kunst (1794-1881).  De persoon is de 52-jarige Henrik Jacob Stellingwerff, geboren in Zwolle en woonachtig in Almelo.

Het portret is in de rechter onderhoek gesigneerd en gedateerd met B. Kunst 1839 en wie de geportretteerde is, valt af te lezen op de achterzijde, waar behalve de naam ook nog een stuk van zijn kwartierstaat is aangebracht.

 In het werkboek van Berend Kunst wordt onder het jaar 1839 melding gemaakt van de zijn verblijf in Almelo, waar hij een reeks personen portretteerde, waaronder Zilversmid Stellingwerf…

Hendrik Jacob Stellingwerff werd op 26 december in Zwolle geboren en op 28 december 1777 gedoopt. Zijn vader was Willem Lubbertus Stellingwerf, die te Amsterdam trouwde met Hendrina Elisabeth Peirolet. Hij staat te boek als zilversmid en misschien had hij zijn vrouw wel leren kennen bij haar broer Jacob Peirolet, die in Amsterdam woonde en ook zilversmid was.

Hoeveel kinderen Willem en Hendria kregen is onbekend, maar twee zoon hadden ze in ieder geval, onze Hendrik Jacob en zijn vier jaar oudere broer Jacob Hendrik, die in tegenstelling tot zijn jongere broer, onze geportretteerde zilversmid, zijn naam telkens schreef met één f.  Al in 1794 vestigde broer Jacob Hendrik zich in Amsterdam, waar hij als zilversmid ging werken bij de werkmeester van zijn oom Jacob (Jacques Peirolet) en werkte hij in 1801 bij Pieter van Reidt en later als zelfstandige zilversmid.

 

Hendrik Jacob leerde het vak van zilversmid vermoedelijk van zijn vader en vestigde zich later als zelfstandige zilversmid in Almelo.

Op 12 januari 1810 trouwde hij in Almelo met Alberta Catherina ten Bruggencate en spoedig verkeerde ze in gezegende omstandigheden. Op 11 november 1810 werd hun dochter Alberta Katharina geboren.

Twee weken later, op 28 november, overleed de moeder aan de gevolgen van het kraambed.

Van de kleine Alberta Katharina is bekend, dat ze in 1835 te Almelo huwde met ds. Marius Cornelis van Houten en dat er een aantal kinderen werd geboren. Ze overleed in Meppel in 1884.

 

Na de dood van zijn eerste vrouw, trouwde Stellingwerf op 20 september 1811 in Almelo opnieuw, nu met Maria Anna Berendina Colmschate. Op 27 september 1813 werd hun zoontje Jan Hendrik geboren, maar het kind stierf al op 13 januari 1815. Andere kinderen kwamen er niet meer.

Maria Anna overleed op 6 april 1833 en de zilversmid op 10 maart 1850 in de Groote Straat te Almelo op de leeftijd van 72 jaar.

 

In 1839, toen Berend Kunst zijn verblijf hield in Almelo werd hij geportretteerd. In 1811 staat hij nog te boek als zilversmid, maar in 1822 als kashouder. Berend Kunst beschrijft hem in zijn werkboek in 1839 echter weer als zilversmid.

 

 

 

De tekening is aangebracht op blauw papier dat op een houten raam is geplakt.

Het raam is met houten pennen samengevoegd.

 

 


Het portret is bewaard gebleven in de originele lijst. 

Veel portretten van Berend Kunst zijn voorzien van dit soort lijsten, maar ook stemmige zwarte lijsten komen voor.


 

Op de achterzijde van het papier waarop het portret is getekend, is een aantal vlakken van verschillende kleuren krijt te zien. Wellicht wilde Kunst hier de kleur uitproberen.

 

 

 

 De geschiedenis van het portret

 

Het portret is ca 37x48 cm, de gebruikelijke maat bij de portretten van Berend Kunst. Het zit nog in de originele goudkleurige houten lijst met in de hoeken opgelegde versieringen van bladerranken. Ook het glas is oorspronkelijk en het portret is vrijwel gaaf.

De achterzijde bestaat uit een plaat strokarton en dat wijst er op, dat in het verleden herstelwerk is uitgevoerd. Wie dat heeft gedaan wordt duidelijk aan de hand van een sticker op het karton met de tekst:

                         A. Cocural

                        Lijnmarkt 30

                           Utrecht

Een krantenadvertentie uit de jaren twintig laat zien dat het bedrijf, een lijstenfabriek annex kunsthandel en restauratieatelier aan de Lijnmarkt was gevestigd. Het was een bloeiend en toonaangevend bedrijf met een tentoonstellingsruimte waar werd geëxposeerd.

Uit de sticker blijkt dat het portret zich rond 1925 in de omgeving van Utrecht heeft bevonden.

 

 


 Genees~ en vroedkundige Gerardus Engels  te Midwolda 

 

 

Gerardus is een zoon ds. Remko Engels en Engeltje Engels en geboren te Colmschate waar Remko predikant was van Colmschate en Diepenveen, zijn eerste gemeente waar hij in 1796 werd beroepen. In 1801 vertrok hij naar Engelbert en later naar Emmen en werd in 1807 beroepen in Nieuwolda waar hij predikant was tot 1855.

Gerardus werd geboren op 18 januari 1797. Al in 1798 overleed zijn moeder en trouwde de dominee in 1800 met Attje van der Tuuk.

 En zo groeide Gerardus op in Nieuwolda, de plaats waar ook de vier jaar oudere schilder was geboren en opgegroeid.  

Gerardus  studeerde genees- en vroedkundige en vestigde zich als arts in Midwolda.  

Hij trouwde op 17 april 1823 in Oude Pekela met Sara Adriani, geboren te Tjallebert, Friesland op 23 januari 1799, dochter van ds. Marcus Jan Adriani, later predikant in Nieuwe Pekela en Alegonda van der Tuuk.

 

Sara Adriani  1799~1882

Vier keer, in 1834, 1835, 1840 en 1843, moesten de ouders de gang naar het kerkhof maken. De kinderen liggen meteen achter de kerk onder één grafzerk.

 

De kinderen die de volwassen leeftijd bereikten kwamen allemaal goed terecht. Margareta huwde met apotheker Albert Egges Stheeman uit Scheemda, Alagonda huwde met Eisso Daniel de Jager, landbouwer en burgemeester in Midwolda, Engeltje met predikant Hieronimus Bouwers en tenslotte Marcus Jan Adriani Engels, die huwde met Suzanna Gesina de Jager.

Marcus, die medicijnen studeerde volgde zijn vader op als huisarts in Midwolda.

 

Gerhardus overleed op 4 januari 1883 te Midwolda en Sara Adriani op 16 januari 1882.

Meteen achter de kerk in Midwolda staat hun grafmonument met daarbij de vier graven van hun kinderen. 

 

Het portret van binnen bekeken

 

Van het portret van Sara Adriani werd het paneel verwijderd om inzicht te krijgen in gebruikte materialen. Te zien was de lijst, gemaakt van naaldhout waarop een blauw papier was gelijmd dat de ondergrond vormt voor de afbeelding.

Als versterking werd de lijst voorzien van opgeplakte stroken hergebruikt bedrukt papier, mogelijk een belastingopgave.

Behalve het jaartal 1821 en Amsterdam en Zandvoort staat er de naam van Dirk Dirkse met een aantal bedragen.  Ook de naam Wilhelm George Albrechts Diederichs te Amsterdam is te lezen.

De binnenzijde van het portret van dr. Gerardus Engels vertoont een geheel ander beeld. Na verwijdering van het karton, bleek het houten raamwerk te zijn beplakt met een vel licht grijs-blauw papier waarop het portret is aangebracht.

 

In plaats van stroken hergebruikt papier, is hier het raamwerk voorzien van een smalle reep textiel, voorzien van een rode verflaag.

 

 

Ofschoon de portretten niet zijn gedateerd en gesigneerd staat met 100% zekerheid vast, dat ze van de hand zijn van Berend Kunst.

In eerste instantie vertoont de gehele vormgeving en kleurstelling een grote gelijkenis met het werk van Berend Kunst, maar het echte bewijs is te vinden in de collectie van het Groninger Museum, waar een identiek stel aanwezig is.

Ze zijn op internet te vinden op de site Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie.  

Dit stel blijkt wel gesigneerd door Berend Kunst en gedateerd in 1857.

Kennelijk gaat het hier om het oorspronkelijke stel, waarvan hij in zijn atelier kopieën maakte voor de diverse familieleden. Er zijn meer voorbeelden voorhanden, waarvan er zowel gesigneerde als ongesigneerde portretten zijn.

 



                         Pieter Reint Hermans   1856 ~ 1931

 

Het portret van Pieter Reint Hermans is afkomstig uit de familie. Berend Kunst  maakte het in 1860 en het is gesigneerd, gedateerd en zit in de originele lijst.

In 2003 is het na reiniging opnieuw ingelijst.

Pieter Reint Hermans trouwde  met Tetje Detmers en nam in 1877 de boerderij over van zijn grootvader ( zien bewoners ).

 


Auwina Titia  Uniken  1860 ~  1890 

Het portret, dat afkomstig is van de familie Hermans Dijkstra, is niet gesigneerd of gedateerd en is vrijwel zeker Auwina Titia Uniken, dochter van Auwina Buurma en haar tweede echtgenoot, Ellerus Uniken en halfzus van de hierboven afgebeelde Pieter Reint Hermans.

Ze werd geboren in Wildervank op 20 juli 1860 en trouwde  op 17 december 1884 met Willem Alexander Paul de Leve en kregen één dochter.

Auwina overleed op 16 maart 1890 te Wildervank, oud 29 jaar. 

 

Bij de restauratie is de achterzijde verwijderd en was een raamwerk te zien, zoals Berend Kunst die normaal gebruikte. Vooral aan het blauwe papier, waarop de tekening is gemaakt, valt op te maken dat het portret is vervaardigd door Berend Kunst. Het jaar van vervaardiging ligt zo rond 1866.

 

 


0tto Meines Kruizinga en  Marchien Wijbes de Boer

 

Op de twee, in stemmige lijsten gevatte, crayons is het welgestelde echtpaar Kruizinga- de Boer afgebeeld, landbouwers te Winneweer.

Otto Meines Kruizinga werd in 1790 geboren te Windeweer, gemeente Hoogezand, als zoon van  Meine Rinders Kruizinga en Grietje Ottes. Het echtpaar bestierde daar een boerenbedrijf.

Otto  trouwde op 24 november 1808 aldaar met Marchien Wijbes de Boer, eveneens geboren te Windeweer en wel in 1788. Ook zij was en dochter van een landbouwer, namelijk Wijbe Berends de Boer en Grietje Jans.

Marchien overleed op 20-7-1858 en Otto op 17-5-1869.

 

Marchien is als landbouwersche afgebeeld in de Groninger dracht uit het midden van de 19e eeuw.

 

Tijdens de restauratie en het schoonmaken van het glas kon een blik worden geworden op de achterzijde van de portretten. Daar is de gewoonlijke werkwijze van Berd Kunst goed te zien. Een raamwerk, beplakt met een vel stevig blauw papier, met daarover een vel wit is de basis voor het portret.

 

Boven  Otto

 

 

Onder Marchien



 

 Krijttekening van onbekend meisje

In 2017 is de Stichting Waslander-Danhuis door aankoop eigenaar geworden van een crayon tekening van een onbekend meisje.

Het is afkomstig van een gegoede familie uit Winschoten, bij wie ook haar naam niet meer bekend was. Helaas is de tekening niet gesigneerd en gedateerd. 

Is het van Berend Wierts Kunst?  Het antwoord is neen, Berend Kunst begon rond 1823 met zijn werk als portrettist. De kleding van het meisje laat de mode zien van eerste, zo rond 1810-1820. Ook door de fijne uitvoering van gezicht, kleding en haar moet het gaan om een eerdere portrettist, zoals Theodorus Bohres. We weten maar weinig van hem. Mogelijk werd hij rond 1785 ergens in Duitsland geboren en overleed hij in 1833 in Nederland. Bohres was evenals later Berend Kunst rondreizend portretschilder.

Rond 1815 was hij werkzaam in Groningen en maakte in stad en provincie een groot aantal portretten.

Theodorus Bohres  dateerde en signeerde zijn portretten meestal niet.

 

 

 

Als we dit portret vergelijken met een aantal kinderportretten van Berend Wierts Kunst zijn de verschillen duidelijk aanwezig. Zeker, de manier van afbeelden met het half afgewende lichaam, de ogen die ons recht aankijken en de  stand van de arm,  zijn identiek, maar de verfijning van Theodorus Bohres evenaart Berend Kunst niet.

 

 

De binnenzijde van het portret toont wel het bekende houten raamwerk waarop het papier is gespannen, maar er is geen blauw papier te zien. Wel een hergebruikt en bedrukt vel karton met een Franse tekst van een ambtelijk drukwerk. 

Ook de lijst is beplakt met stroken van een Franse krant en drie jaartallen, 1863-1867 en 1868 geven een indicatie van het moment waarop dit werd aangebracht.

Hier en daar in onder de Franse stroken nog ouder papier te zien, wellicht het oorspronkelijke, maar daarop valt vrijwel niets te lezen.

 

Helaas is er over de lotgevallen van het portret weinig concreets te melden, ook de reden waarom het portret is voorzien van Franse druksels blijft in duister gehuld. 

Het portret was in de jaren vijftig met een plaat nieuw glas in een moderne lijst gestoken. Na aankoop heeft de stichting het opnieuw laten inlijsten en daarvoor een stemmig zwarte lijst met gouden bies gekozen. Samen met een plaat oud glas heeft het weer iets van zijn oorspronkelijke vorm teruggekregen. 

 


         De replica's van Pieter Reint Buurma en Aaltje Land

 


Pieter Reint Buurma en Aeiltje Jans Land

Toen de restauratie van boerderij Hermans Dijkstra in 2002 gereed kwam en  het pand moest worden ingericht, kwam de stichting in contact met de familie P.R. Waalkens in Scheemda. Die bleek eigenaar te zijn van twee portretten, gedateerd 1857 en gesigneerd door Berend Kunst. Het zijn de vroegere bewoners van de boerderij, Pieter Reint Buurma, 1810-1877 en zijn tweede vrouw Aeiltje ( Aaltje)  Jans Aaldriks Land, 1813-1886.

In overleg met de familie werden de portretten door restaurateur Helmer Hut in Beerta uit de lijsten genomen en gefotografeerd, waarin ze na restauratie terug zijn geplaatst.

Van de opnamen werden in de studio van foto Kral te Veendam handmatig twee vergrotingen gemaakt die een plaats kregen in een zwarte lijst met goudkleurige bies, van het model als van de kleine Pieter Reintje.

Als glas werd gebruik gemaakt van oud getrokken glas met oneffenheden. 

 

wordt vervolgd

 



Tiddo Waldrik Siertsema

en

Johanna Hermanna Hillegonda Wijchel

 


 

De Stichting Waslander-Danhuis was in 2025 in de gelegenheid twee fraaie portretten te verwerven. Het gaat om portretten van Tiddo Waldrik Siertsema en zijn vrouw Johanna Hermanna Hillegonda Wijchel. Siertsema kwam uit een gegoede Oldambtster familie. Zijn vader was predikant in Nieuwolda en ook zoon Tiddo werd predikant, eerst als kandidaat in Hellum en in 1873 in Nieuw Scheemda. In 1789 werd hij predikant in Eexta (Scheemda) waar hij werkzaam was tot zijn emeritaat in 1818. 

Johanna H. H. Wijchel was afkomstig uit Schildwolde. Haar grootvader was burgemeester van Groningen en haar vader Lodewijk Hendrik lid van de Raad der Admiraliteit.

In de ogen van de Eexter bevolking had ze nogal verbeelding. Lieten de andere predikantsvrouwen zich met juffrouw aanspreken, zei wilden met mevrouw worden aangesproken.

 


De oude kruiskerk van Eexta waar Siertsema van 1789 tot 1818 op de preekstoel stond.

De kerk werd in 1870 gesloopt.

 

 

Wel aanwezig is nog de middeleeuwse pastorie, de woning van het gezin Siertsema.

 

We weten niet precies wie de crayons heeft gemaakt. Ze zijn niet gedateerd of gesigneerd.  De kleding verraad dat ze voor 1823 zijn gemaakt, het moment dat Berend Wierts Kunst als reizend portretschilder begon. 

Ze moeten zijn gemaakt, kort na het vertrek van de Fransen in 1813 en misschien is ook hier Theodorus Bohres de maker.  De portretten verkeerden in goede staat en er was geen noodzaak om ze uiteen te nemen. We weten dus niets van de binnenzijde, het houten raamwerk en de papierlagen.

 

Heel bijzonder is het wel, dat de portretten rond 1895 zijn gefotografeerd in de woning van de kleinzoon van de dominee, die aan het eind van de 19e eeuw de buitenplaats VREDERUST in Veendam bewoonde. Deze Tiddo was advocaat van beroep.

De foto's tonen het rijk gemeubileerde interieur met aan de wand beide portretten.

 

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            



Jacob Hindrik Kuper en Engeltje Jochems Georgius



Op 22 november 2024 werd de Stichting Hermans Dijkstra verblijdt met de schenking van twee portretten, gemaakt door Berend Wierts Kunst in 1862. Volgens familieoverlevering gaat het om Jacob Hindrik Kuper (Kuiper) en zijn vrouw Engeltje Jochems Georgius, landbouwers in Blijham. Ze werden geschonken door een familielid, mevrouw T. Dijkema-Muntinga uit Groningen en waren afkomstig van haar overleden zus Iekje.

De portretten zijn gedateerd en gesigneerd voor Berend Kunst met het jaartal 1862, maar er zijn nergens namen van de geportretteerden aangebracht.

 


 

Jacob Hindrik Kuiper (later Kuper) werd geboren op 19 juni 1792 te Blijham als zoon van landbouwer Hindrik Haijes Kuper en Wendelke Jacobs Huis.

Hij trouwde in 1821 te Wedde met Albertje Pieters Starke en als weduwnaar in 1832 met Engeltje Jochems Georgius, dochter van Jochem Remmes Georgius en Afien Remmes Georgius, landbouwers in Blijham. Engeltje overleed op 17 maart 1894 te Nieuwolda.

Blijkens de burgelijke stand van Wedde, is Jacob Hindrik Kuper overleden op 18 april 1856 te Blijham en dat staat op gespannen voet met het jaartal 1862 dat we op het portret zien staan.

In het werkboekje van Berend Kunst is in het jaar 1862 de volgende notitie gemaakt:

‘Blijham, Kuiper en Vrouw. Georgius en Vrouw en drie kinderen Kuiper.’

 

 

Het is niet helder te krijgen hoe de vork in de steel zit en of er ook drie kinderen van Jacob en Engeltje zijn geportretteerd. Wat we wel weten is, dat er een portret bestaan van Affien, het tweede kind dat in 1862  26 jaar moet zijn geweest. Zij trouwde met een Muntinga en alle drie de bekende portretten kwamen in deze familie terecht. 

 

Boven: uit het werkboek van Berend Wierts Kunst de notitie:

'Blijham, Kuiper en Vrouw. Georgius en Vrouw en drie kinderen Kuiper'.

 

Hiernaast de sticker van lijstenmaker Jan Graalman Engelsestraat 1 Winschoten.

Beide lijsten werd tussen 1913 en 1917 voorzien van nieuwe eiken lijsten.

 

Beide portretten zitten niet meer in de originele lijsten, maar in eikenhouten lijsten die blijkens de sticker op de achterzijde zijn aangebracht door Jan Graalman. Hij woonde aan de Engelsestraat nummer 1 te Winschoten en was als lijstenmaker, behanger en stoffeerden actief tussen 1913 en 1917.

Kennelijk voldeden de oude, vermoedelijk, goudkleurige lijsten niet meer aan de geldende mode. Op het achterblad van strokarton was verder geen tekst aangebracht. De portretten waren in vrij goede staat, alleen de zwarte das van de man vertoonde wat witte vlekken en dat van Engeltje had aan de bovenzijde wat lichte waterschade.

Vooral was te zien dat bij Engeltje het glas zeer vies was geworden. Om dat schoon te maken was het nodig het portret uit de lijst te halen. En dat gaf ook mooi de gelegenheid het portret van achteren te bekijken.

 



De witte plekjes op de das van de man zijn gerestaureerd.

 

 

Beide portretten waren identiek ingelijst. Het kartonnen schutblad was aan de achterzijde met ijzeren spijkertjes vastgezet. Door roestvorming waren ze moeilijk te verwijderen, temeer het onze bedoeling was het originele karton met de sticker van de lijstenmaker terug te plaatsen.

De enige mogelijkheid was het karton los te snijden van de spijkers, de spijkers te verwijderen en vervolgens het karton opnieuw aan te brengen met verlijmde blauwe stroken papier. Mooi is rechts het dunne houten raamwerk van grenenhout te zien, waarop Kunst met stevig blauw papier, de ondergrond voor het portret heeft gespannen. Blauw papier dat werd overtrokken met een vel wit papier waarop de afbeelding werd aangebracht. De latten voor de ramen zijn ca 10 mm dik en 36 mm breed.


De portretten zijn gerestaureerd en met liefde opnieuw ingelijst door lijstenmaker Hans de Kimpe te Oostwold en werd  financieel mogelijk gemaakt door vrijwillige giften van bezoekers op de Open Dagen in 2025.

 




Aafien Eppes Alberts

 

Tijdens de veiling  bij Veilinghuis Omnia in Hoogezand werd op 19 februari 2026 het portret gekocht van Aaffien Eppes Alberts, gevat in een mooie, vrijwel onbeschadigde lijst uit het begin van de 19e eeuw. Het is nu eigendom van de Stichting Waslander-Danhuis en is in bruikleen gegeven bij museumboerderij Hermans Dijkstra.

 Het afgebeelde meisje is Aaffien Eppes Alberts, een dochter van Eppe Ellerius Alberts en Anje Jacobs de Groot die op 23 september 1813 in Beerta trouwden. Hij stamde uit een aanzienlijke boerenfamilie en Anje was een boerendochter uit Nieuwolda. De familie behoorde tot de mennonieten aldaar. Na hun huwelijk betrokken ze een boerderij in de Kroonpolder waar op 17 december 1814 Aaffien werd geboren. 

 

Het portret heeft de afgelopen twee eeuwen vrij ongeschonden overleefd. Ook de fraaie lijst is op een kleine beschadiging na heel goed bewaard gebleven. Op het raamwerk is door de portrettist een vel stevig vezelrijk, grijs papier gespannen en daarna overtrokken met wit papier dat de basis vormt voor de crayon tekening. Op de achterzijde vinden we de vermelding van de geportretteerde, Aaffien Eppes Alberts, geschreven. Het ophangdraad en de schroefogen zijn vervangen door moderne materialen.

Het was nodig het achterblad van strokarton te vervangen. Het zat vol met schimmelsporen. Om contact met het glas te vermijden werd gebruikt gemaakt van dunne smalle houten stripjes. Het uiteen nemen van het  portret was ook nodig om het vervuilde glas schoon te kunen maken.

Te zien is dat de sponning in de lijst erg ondiep is, waardoor het houten raamwerk erg naar buiten steekt. 

De lijstenmaker heeft ervoor gekozen met aangebrachte dunne latjes de sponning diepte te geven, zodat het achterblad niet meer bol over het raamwerk getrokken hoeft te worden. 

 

 

Behalve van Aaffien, zijn er ook de portretten van haar ouders.  Het zijn twee krachtige en verfijnde portretten, zij met rijk oorijzer en sieraden en hij in Groninger Empire costuum met opstaande kraag. Het is heel goed mogelijk dat alle drie de portretten op hetzefde moment zijn gemaakt. Affien is een meisje van

een jaar of drie á vier. In 1818 verwachte Anje haar tweede kind. Het was een zoon, Ellerius, die werd geboren op 5 augustus 1818, maar nog dezelfde dag stierf. Anje moest de bevalling met de dood bekopen.  Ze overleed  19 dagen later,  26 jaar oud. Beide portretten zijn in particulier bezit. 


 

Het portret

 

Het portret  van Aaffien, het meisje met de pop, is vrijwel zeker van Theodorus Bohres. Van Berend Wierts Kunst weten we, dat hij pas rond 1820 met zijn werkzaamheden begon. De Empire kleding van het meisje laat zien dat het dateert van voor 1820, mogelijk 1817 of 1818. Het portret is niet gesigneerd of gedateerd, iets dat kenmerkend is voor Bohres. Het portret heeft nog zijn originele goudkleurige lijst met fraaie opgelegde hoekdecoraties.

 

Uit alles is duidelijk dat we te maken hebben met een meisje van een zeer gegoede familie. Haar mooie kleding, de halsketting, de fraaie pop en bovenal de grote gouden oorringen maken dat duidelijk.  Het zijn typisch Groninger oorringen uit de eerste helft van de 19e eeuw.  De afgebeelde oorringen, ter illustratie, zijn ontleent aan de beeldcollectie van het Openlucht Museum te Arnhem


Het leven van Aaffien

 

Via berichten in de kranten en onderzoek op allegroningers.nl is het leven van Aaffien aardig in beeld te krijgen.

In het voorgaande was te lezen dat na de dood van haar broertje Ellerius en haar moeder in 1818 het meisje zonder verdere broertjes en zusjes opgroeide bij haar vader, Eppe Ellerius Alberts op een grote boerderij in de Kroonpolder onder Nieuw Beerta. 

Op 10 november 1836 huwde Aaffien met Hommo Tjakkes Huisman, landbouwer in Noordbroek. Nadat daar in 1838 dochter Anna was geboren vestigden ze zich in Nieuwolda en betrokken een grote boerderij aan de Kerkelaan 4. In het boerderijenboek Nieuw Scheemda-Nieuwolda is de boerderij te vinden onder nummer 37.

Daar worden nog zeven kinderen geboren, waarvan er drie jong sterven.  

 

Vier kinderen huwden met een boerenzoon of – dochter, alleen de oudste,  Anna Margaretha, verloor haar hart aan de boerenknecht Geert Vrugt.

 

 


In november 1886 vierden Hommo en Aaffien hun vijftigjarig huwelijksjubileum. Anderhalf jaar later overleed Hommo, 76 jaar oud, op 16 juni 1888 in de boerderij.

Uit de rouwadvertentie is op te maken dat zoon Meindert en zijn vrouw Grietje Bos het boerenbedrijf hebben voortgezet. Meindert en Grietje kregen twee zoons, Hugo en Luitje die op zes jarige leeftijd overleed. Aafien zal zeker ook nog een woonplekje hebben gevonden in de boerderij. Het moet dan ook een enorme slag zijn weest toen Meindert in januari 1889 op 45 jarige leeftijd overleed. Nu stonden Aaffien en schoondochter Grietje er alleen voor.

Er zat voor hen en de kleine Hugo niets anders op dan het bedrijf van de hand te doen.

 

Vooralsnog wordt de ‘kapitale’ boerderij  op 14 februari 1889 voor een termijn van zes jaar te huur aangeboden en in maart verkopen de dames al het vee, de koeien, schapen en varkens,  de trekpaarden en het landbouwgerei, boerenwagens, ploegen, een koetswagen, enz.  Ook een deel van de huisraad wordt verkocht, een teken dat ze elders in Nieuwolda een kleiner huis moeten hebben betrokken. 

Op  17 mei 1896 overleed  Aaffien zelf. Ze werd ruim 81 jaar. Dochter Anje, de weduwe van Jan Hamster plaatste deze advertentie in de Nieuwe Provinciale Groninger Courant. 

In november van dat jaar vinden we in de krant ook de openbare verkoping van de ‘Heeren behuizing en Schuur’ , het huis waarin Aaffien haar laatste levensjaren sleet.

 

Op het kerkhof ten noorden van de kerk liggen ze samen begraven, Hommo, Aaffien, Meindert en de jong gestorven Luitje. Het graf van Grietje Bos, de vrouw van Meindert ontbreekt. 

Zij overleed op 4 september 1909 in Appingedam en ze is daar mogelijk ook begraven. Haar enige zoon Hugo had zich daar namelijk met zijn gezin gevestigd als ijzerhandelaar.

Zij overleed op 4 september 1909 in Appingedam en ze is daar mogelijk ook begraven. Haar enige zoon Hugo had zich daar namelijk met zijn gezin gevestigd als ijzerhandelaar.

 

 

En daarmee eindig het verhaal van Aaffien Eppes Alberts. Welke route het portret tussen 1896 en 2026 heeft afgelegd weten we niet. We weten alleen dat de laatste eigenaar een niet meer actieve boerderij bewoonde.